De stad

De stad om me heen is stervende. De mensen die ik zie lijken het niet door te hebben, hun leven gaat door, zoals het altijd door is gegaan. Ze hoeven niet te denken over consequenties of verandering, want alles blijft hetzelfde. De stilte wordt elke dag hoorbaarder. Zelfs het oorverdovende geluid van de trams lijkt langzaam te vervagen. De stad wordt steeds bleker, verliest kleur, verliest warmte. Elke dag als ik naar mijn werk loop, bekruipt me het gevoel dat ik wat moet doen, dat ik de stad moet redden van de ondergang, dat ik de mensen bewust moet maken van wat er gebeurt, maar ik kan het niet. Ik zit vast en kan mezelf niet losweken uit de routine. Ik ben niet anders dan de mensen om me heen. Ik grijp niet in en ik praat er niet over.

Terwijl ik zie hoe het lente wordt en er geen bladeren aan de bomen verschijnen huil ik van  binnen. Ik schreeuw en krijs in de hoop dat iemand me zal horen. Ik trek mensen aan hun jas en probeer ze te laten zien dat er over een korte tijd niets meer over is om naartoe te gaan, geen verkeer, geen lucht, geen geluid, geen kleur, geen werk, geen stad. Niemand ziet mijn stille gevecht en weer loop ik naar mijn werk zonder in te grijpen.

Over een paar weken is het zomer. Er is geen vogel meer te horen en de zon heeft nog geen dag de straten beschenen. In mijn tuin bloeien de bloemen fier en ferm. In mijn tuin is het broeierig en warm, word ik vrolijk en gelukkig. In de stad is het nog kouder dan afgelopen winter. De grond is dor en hard. De gezichten van de mensen weerspiegelen de laatste dagen van de stad. Lijkbleek, geen energie meer om te lachen, geen energie meer om te denken. Mensen slepen zich voort, traag. De weerspiegelende ruiten van de wolkenkrabbers zijn dof en grijs. De schreeuwerige reclameborden hebben alle kleur verloren. Zodra ik de trein uitstap staan de haren in mijn nek recht overeind. Niemand spreekt erover. Niemand durft te kijken. Niemand durft zijn hoofd op te richten en te schreeuwen dat dit moet stoppen. Niemand durft in te grijpen en weer een dag gaat voorbij.

De stad ademt zwaar. De lucht is ijl en de zuurstof bereikt nog maar met moeite de longen van de stad. Het leven binnen de stad vecht om het laatste beetje adem. Het is stil op straat. Steeds minder mensen durven nog een stap op straat te zetten. Steeds meer huizen staan te koop, ramen dichtgetimmerd, zonder hoop op nieuwe eigenaren. Niemand wil in de stad zijn wanneer zij haar laatste adem uitblaast. Ik voel me schuldig. Ik ben niet de enige die niet ingreep, die niet ingrijpt terwijl de stad vecht voor haar leven. Waarom schreeuw ik in stilte? Waarom huil ik in stilte? Waarom dans ik in mijn tuin alsof er niets aan de hand is?

In mijn ooghoek zie ik een vogel vliegen. Een vogel. In de stad. Vliegen. Ik voel energie in mij opborrelen. Ik voel de behoefte om het uit te schreeuwen. Ik voel vreugde. Heel even. Dan kijk ik op en zie dat de vogel niet vliegt maar valt. Dood. Het kan niet lang meer duren voordat de stad volgt.

De zomer is net begonnen. Een hittegolf trekt over het land. In de stad vriest het. De straten zijn glad en de stoep is bedekt met een dikke laag sneeuw. Niemand kijkt nog. Niemand praat nog. Zodra ik de trein uitstap voel ik dat ik weg moet. Zo snel mogelijk en zo ver mogelijk hier vandaan. Weg van de stad. Weg van de stad. Weg van de dood die nu elk moment kan toeslaan. Terwijl ik terug de trein instap weet ik dat het te laat is. Achter me hoor ik de stad haar laatste adem uitblazen. Al het vuil dat in haar longen zit wordt met een geweldige kracht weggeblazen. Gebouwen vallen ineen alsof ze gemaakt zijn uit niets dan stof. Mensen lijken te verdampen. Ik draai me om en zie hoe de stad sterft. Niets blijft er over. Vlak voor ik ook zelf opga in dit alles omvattende niets, realiseer ik alleen had hoeven schreeuwen. Alles wat ik had hoeven doen om de stad te redden was schreeuwen en lachen en dansen, maar de stad is dood en ik ben niets.

Advertisements

One Comment to “De stad”

  1. Ik heb net gelezen over Don DeLillo, The Angel Esmeralda, en Frank Bovenkerk, Een gevoel van dreiging. In De Groene. En daaraan moest ik denken bij dat verhaal hierboven. En aan: niemand is niets.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: