Stilte

De serene rust van half vijf in de ochtend ervoer hij niet meer. Hij wist dat de rust bestond, hij hoorde de vogels oorverdovend door de stilte kwetteren. Hij zag de vermoeide ogen van de enkeling die net als hij, maar om andere redenen, over de uigestorven straat liep.

De één met grote haast om op tijd te komen voor de trein die steevast een kwartier vertraging had, de ander zwalkend van een te gezellige avond bij een nietszeggende vriend. Weer een ander wachtte ongeduldig op de hond die alle tijd nam om elk paaltje en elke boom te besnuffelen, vervolgens te besluiten toch nog even te wachten met de vroege boodschap.

Hij slenterde door, zonder de aanwezigheid van deze mensen te ervaren. Zijn ogen zagen, maar zijn hersenen weigerden te registreren.

De sereniteit die hij jaren geleden had ervaren, toen hij op een slapeloze nacht besloot zijn schoenen aan te trekken, leek hem niet te kunnen bereiken. Het gekwetter van de vogels irriteerde hem nu meer dan dat het hem plezier gaf. Het geluid sneed door zijn trommelvliezen. De stilte achter het gekwetter beangstigde hem, versterkte de onrust van het verleden.

Rond kwart voor vijf sloot hij zich volledig af van zijn omgeving. Hij ging zitten op de stoeprand van een straat waar over een uur een file zou staan. Dromerig keek hij voor zich uit. Verdrinkend in zijn eigen herinneringen, zonder het puf te hebben bang of gefrustreerd te zijn, te moe om nog te huilen.

Hij was geen man van zelfmedelijden. Er waren mensen die om minder van een gebouw afsprongen, maar goed, er waren mensen die om een korting die ze niet kregen een kogel door hun kop joegen. Vergelijken met andermans leed was zinloos, wist hij.

Steeds verder zonk hij terug in zijn verleden. Via alles waar hij god op zijn knieën voor had gesmeekt  goed te laten eindigen, naar de tijd zonder zorgen. De mooie momenten met Denise, de geboorte van Ilse, Het moment waarop hij Denise ontmoette. De hamster die hij voor zijn achtste verjaardag kreeg, de eerste keer dat hij in een boom klom…

Hij viel in slaap, eindelijk, ineengezakt op de stoep, als een zoutzak, steunend tegen een paaltje waar de hond van half vijf tegenaan had geplast, vlak voor zijn baasje hem met zijn leren riem geïrriteerd terug naar huis, naar binnen sleurde.

De volgende ochtend werd hij wakker, om kwart voor vier. Hij keek om zich heen. Wat een rust. Hij stond op. Tijd om terug te gaan naar huis. Aangekomen in het park zakte hij tevreden op zijn bankje. Zijn slaapzak en zijn tas waren de vorige dag door de gemeentelijke reinigingsdienst opgeruimd. Het kon hem niet schelen. Hij genoot van vier uur in de ochtend, de blaadjes die uit hun winterslaap ontwaakten. De stilte. Een vogeltje dat voorzichtig aan zijn ochtendlied begon.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: