De schrijver en de journalist

Ik hoopte dat hij me niet zou zien. Hij hoefde alleen maar op te kijken en hij zou me in de deuropening zien staan. Hij was bezig met de opname van een van de scènes van zijn nieuwste film. Ik liep toevallig voorbij de hotelkamer waar de opnames plaatsvonden en kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. Ik had hem al vaker op TV gezien. Hij was één van de meest succesvolle schrijvers van dit moment. Zijn films waren stuk voor stuk blockbusters. Hij had nog niet eerder de hoofdrol gespeeld in zijn eigen verhalen. Sterker nog, tot nu toe was hij nauwelijks betrokken bij de productiefase van zijn films.

Hij lag in bed en riep Anna, zijn tegenspeelster die in de film een dubieuze dubbelrol speelde als zorgende vrouw van een charmante miljonair die zijn multinational had verkocht om schilder te worden en tegelijkertijd een grote criminele organisatie leidde zonder dat haar man hiervan af wist. Hij draaide zijn hoofd. Ik probeerde nog weg te duiken, maar het was te laat. Raoul keek me recht aan. Hij leek gefascineerd.  Ik probeerde aan zijn blik te ontsnappen, maar voor ik me om kon draaien wenkte hij me. Zonder een woord te zeggen wees hij me een plekje aan in de hoek van de kamer, uit het zicht van de camera’s.

De scène begon. Ik stond met trillende benen tegen het gordijn aangeleund. Ik moest over anderhalf uur bij mijn volgende afspraak zijn en ik had geen flauw idee wat ik hier deed. Ik durfde ook niet weg te lopen en weer een scène te verstoren. Ik keek toe hoe Anna naar Raoul liep en hem gerust stelde. Raoul had in deze scene een depressieve bui. Hij wilde niet dat Anna weg zou gaan, maar Anna moest naar een liquidatie en zou te laat komen als ze niet snel zou vertrekken. Ik bedacht me dat ik over een uur net zo mijn best zou doen weg te komen als Anna nu.

De scène werd over en over gespeeld. Na 45 minuten begon ik zenuwachtig op mijn horloge te kijken. Weer ving Raoul mijn blik. Hij gaf me het gevoel dat ik nog even moest blijven, dat ik niet te laat zou komen. Het leek alsof hij me wilde spreken. Het leek alsof hij met zijn ogen zei: “Rustig maar, je komt niet te laat. Nog heel even.”

Ik wachtte.

Weer keek ik zenuwachtig naar mijn pols. Nog 3 minuten. Als ik dan niet zou vertrekken kwam ik te laat. Dan was al het gehaast van vandaag voor niets geweest.

“Oké mensen, dat was het voor nu. Goed werk. We gaan straks verder met de scène waarin Alice net weg is en Bram zijn zelfcontrole verliest. 30 minuten pauze.”

De woorden drongen nauwelijks tot me door. Raoul stond op en liep recht op me af. Terwijl hij op me af kwam lopen realiseerde ik me dat ik hier helemaal niet hoorde te zijn, niet wilde zijn. Ik wilde weg, langs hem heen glippen en naar buiten lopen alsof er niets gebeurd was. Ik had mijn been nog niet opgetild of Raoul stond voor me. Voor de derde keer ving hij mijn blik met zijn ogen. Moeiteloos.

“Hey, ben jij niet Sarah Klippen, die journalist?”

“Hoe weet jij wie ik ben?”

“Ik lees je stukken graag. Ze zijn goed onderbouwd en hebben iets poëtisch. Waar moet je naartoe?”

“Ik… wat? Oh. Ik moet naar de componistenbuurt. Interview.”

Mijn woorden stokten in mijn keel. Ik probeerde met alle macht volume mee te geven aan de antwoorden die ik gaf. Raoul moet me net hebben kunnen verstaan.

“Ik loop even met je mee.”

“Waarom?”

“Even praten.”

Ik stond perplex. Raoul Koumin wilde met mij praten. Hij wist wie ik was. Deze man had niet alleen talent voor het schrijven van prachtige verhalen, hij kon acteren, hij was een zakenman en, hetgeen wat me het meest overrompelde, hij was een prachtige verschijning. Raoul moet ruim 20 jaar ouder zijn dan ik, maar steeds als hij naar me keek tintelde mijn longen. Ik voelde een warm gevoel in mijn onderbuik. Mijn hoofd zweefde. “Kom op Sarah, doe normaal. Sta daar niet alsof je net te horen hebt gekregen dat je man is verongelukt. Doe wat… oh… mijn man… gedraag je!” Ik probeerde mezelf weer bij de les te krijgen.

Raoul pakte mijn arm en begeleidde me naar de trap, naar beneden, naar buiten. De buurt was troosteloos. Er hing een grijs wolkendek over de stad. De verf van de flats bladderde rond het grauwe beton. Ik voelde me weer 12. Elk moment kon mijn moeder me roepen. We waren op vakantie in het Oostblok en ik was verdwaald in een achterbuurt waar mijn ouders een vriend op gingen zoeken. Ik struikelde. Raoul ving me op.

“Gaat het?”

“Ja, het gaat wel weer. Waarom wil je praten?”

Raoul begint te praten en hoewel alles wat hij zegt het midden laat tussen de vraag of ik zijn vriendin wil worden of zijn personal assistent, kan ik het niet over mijn hart verkrijgen hem te onderbreken. Ik heb werk. Ik heb een vriend. Ik heb geen zin in een affaire of een carrièreswitch. Ik kan deze man ook niet afstoten. Ik weet niet wat hij doet, maar hij heeft mijn aandacht. Ik denk aan mijn man. Mijn schat. We hebben wel problemen de laatste tijd, maar ik hou van hem. Ik wil bij hem blijven. Mijn gedachte dwalen verder af. Mijn lief geeft me nooit het gevoel dat hij naar me luistert, dat hij me waardeert zoals ik ben. Hij klaagt over mijn werk, dat ik zo weinig thuis ben, dat ik niets doe in huis wat een vrouw hoort te doen. En dan was er die ruzie… Mijn hart scheurt. Mijn gedachte raken in paniek. Raoul praat door en voert me steeds verder weg van alle liefde die ik voelde voor de man met wie ik trouwde. Ik weet dat ik weg moet lopen. Ik weet dat ik Raoul gedag moet zeggen.

Het gesprek gaat dieper en dieper. Ik blijf vragen stellen en antwoorden op de vragen die Raoul mij stelt. We zijn bijna bij de componistenbuurt als Raoul me één van de flats binnen loodst. Hij zet me op een houten bankje bij de lift en gaat naast me zitten. In het TL-licht praten we verder. Mijn afspraak, mijn interview, mijn deadline, mijn man. Ik denk alleen nog aan Raoul.

Plots komt Anna binnen. Ze loopt geagiteerd naar het bankje. Trekt een betonnen bloemenbak richting het bankje. Ze probeert te doen alsof het haar geen moeite kost, uiteindelijk lukt het haar. Ze gaat op de rand zitten. Raoul heeft al die tijd geen woord gezegd en kijkt verwonderd en gefascineerd naar Anna.

“Waarom doe je dit Raoul? Je weet dat dit niet kan.”

Raoul zwijgt en kijkt haar aan.

“Raoul, je moet naar de set. Je moet deze jongedame met rust laten. Je kan niet weer…”

Raoul verzet zich. Gaat tegen Anna in. Ik bemoei me er niet mee. Ik had er niets mee te maken. Het ging over mij, maar ik was nooit deel van dit gesprek. Gaandeweg begreep ik dat Raoul vooral op zoek was naar een vriendin die ook zijn PA wilde zijn. Dat hij zich alleen voelde en dit al vaker had geprobeerd bij andere dames. Ik keek op mijn horloge. Als ik nu vertrok was ik maar 10 minuten te laat bij mijn interview. Ik stond op. Anna en Raoul keken me beiden verbaasd aan. Ik was niet langer gevangen door de blik van een charmante man. Voor me zat een eenzaam wanhopig hoopje stervend vlees. “Maak je maar niet druk”, zei ik meer tegen Anna dan tegen Raoul. Ik liep weg.

Even later belde ik aan bij een oude man die de dag daarvoor overvallen was. De deur ging langzaam open. Voor me stond een hoogbejaarde maar vitale man. Hij keek me aan. Die ogen…

“Hoi. Jij moet Sarah Klippen zijn. Ik ben Peter Koumin. Aangenaam.”

Advertisements
Tags:

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: